ECLI:NL:CRVB:2022:1226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 35-45%
Appellant was werkzaam als customer service agent en meldde zich ziek met moeheid en spier- en gewrichtsklachten. Het UWV kende hem een WIA-uitkering toe, maar beëindigde deze later omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35 tot 45%, gebaseerd op medische beoordelingen en een functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en vond de medische beoordeling zorgvuldig en de geselecteerde functies passend. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsartsen niet deskundig genoeg zouden zijn en dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, maar leverde geen nieuwe objectiveerbare medische informatie.
De Raad onderschrijft de eerdere beoordeling, oordeelt dat de verzekeringsartsen wel degelijk deskundig zijn en dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld. De geschiktheid van de geselecteerde functies is voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is juist vastgesteld op 35 tot 45% en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.