ECLI:NL:CRVB:2022:1227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid in WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als juridisch adviseur, meldde zich in 2016 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van circa 74,61% vast en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Later werd deze uitkering beëindigd en een vervolguitkering toegekend op basis van een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (55-65%).
Appellant en zijn ex-werkgever maakten bezwaar tegen deze besluiten. Medische rapporten van bedrijfsarts Hullen en psychiater Schoutrop stelden zwaardere beperkingen vast dan het UWV had aangenomen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af, waarbij zij het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig beoordeelde.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de rapporten van Hullen en Schoutrop inzichtelijk en gemotiveerd zijn en dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellant. Het besluit van 3 november 2020 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij alleen beroep bij de Raad mogelijk is. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de beperkingen zoals vastgesteld door medisch adviseur Hullen.