ECLI:NL:CRVB:2022:123

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2022
Publicatiedatum
20 januari 2022
Zaaknummer
20/2144 WLZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

CIZ veroordeeld in proceskosten na intrekking hoger beroep in sociale zekerheidszaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft het CIZ het hoger beroep ingetrokken, waarna betrokkene verzocht heeft om een proceskostenveroordeling tegen het CIZ.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenveroordeling beoordeeld op basis van de ingediende stukken. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld in de proceskosten die de andere partij redelijkerwijs heeft moeten maken.

De Raad heeft vastgesteld dat de rechtbank in de eerdere uitspraak en hersteluitspraak al een proceskostenveroordeling had uitgesproken. De Raad heeft vervolgens het CIZ veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene, begroot op € 759,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 januari 2022.

Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 januari 2022
20/2144 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 25 mei 2020, 19/435 (aangevallen uitspraak)
Partijen:

CIZ

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

CIZ heeft hoger beroep ingesteld.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
In de brief van 12 augustus 2021 heeft CIZ het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. E. Schriemer, advocaat, verzocht CIZ te veroordelen in de proceskosten.
CIZ heeft geen reactie op dit verzoek ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aangezien de rechtbank in de aangevallen uitspraak en de hersteluitspraak van 12 juni 2020 een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken, staan de Raad nog ter beoordeling de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Gelet hierop wordt CIZ veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt CIZ in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.J. Otten, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2022.
(getekend) E.J. Otten
(getekend) K.R. van Renswoude