Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet gegrond;
- bepaalt dat een bedrag van € 262,- aan appellante wordt terugbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht naar het oordeel van de Raad niet tijdig was betaald.
Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens het verzetproces bleek dat het griffierecht in drie zaken (20/4291, 20/4292 en 20/4293) wel tijdig was voldaan. De betaling vond plaats op maandag 22 februari 2021, terwijl de termijn eindigde op zaterdag 20 februari 2021. De Algemene Termijnenwet verlengt de termijn als deze op een zaterdag eindigt tot de eerstvolgende werkdag.
De Raad oordeelde dat de Algemene Termijnenwet van toepassing is en het griffierecht dus tijdig was betaald. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek wordt voortgezet. Tevens werd vastgesteld dat appellante ten onrechte te veel griffierecht had betaald, waarvoor restitutie werd bevolen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree en uitgesproken op 20 mei 2022.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.