ECLI:NL:CRVB:2022:124

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2022
Publicatiedatum
20 januari 2022
Zaaknummer
20/2570 WLZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

CIZ veroordeeld tot proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan

Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar heeft dit hoger beroep vervolgens ingetrokken. Betrokkene verzocht om een proceskostenvergoeding vanwege de gemaakte kosten in verband met de behandeling van het hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beoordeeld of het bestuursorgaan, hier het CIZ, veroordeeld kan worden in de proceskosten. Omdat de rechtbank in de eerdere uitspraak al een proceskostenveroordeling had uitgesproken, bleef de beoordeling van de kosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken in hoger beroep over.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de proceskosten begroot op €759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Uiteindelijk is het CIZ veroordeeld tot betaling van deze kosten aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Otten, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 20 januari 2022.

Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 januari 2022
20/2570 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 juni 2020, 19/588 (aangevallen uitspraak)
Partijen:

CIZ

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

CIZ heeft hoger beroep ingesteld.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
In de brief van 12 augustus 2021 heeft CIZ het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. E. Schriemer, advocaat, verzocht CIZ te veroordelen in de proceskosten.
CIZ heeft geen reactie op dit verzoek ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aangezien de rechtbank in de aangevallen uitspraak een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken, staan de Raad nog ter beoordeling de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Gelet hierop wordt CIZ veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt CIZ in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.J. Otten, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2022.
(getekend) E.J. Otten
(getekend) K.R. van Renswoude