ECLI:NL:CRVB:2022:126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en boete wegens niet-feitelijke bewoning brp-adres
Appellant stond ingeschreven op een brp-adres waar ook zijn opa en ooms waren geregistreerd. Hij ontving studiefinanciering als uitwonende student, maar een controleonderzoek toonde aan dat hij feitelijk niet op dat adres woonde.
De minister herzag de studiefinanciering en legde een bestuurlijke boete op wegens niet voldoen aan de bewoningsvoorwaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd gewezen op het ontbreken van persoonlijke bezittingen van appellant op het adres en de ongeloofwaardigheid van zijn verklaringen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij wel degelijk op het adres woonde, ondersteund door getuigenverklaringen. De Raad oordeelde echter dat het rapport van de controleurs voldoende feitelijke grondslag bood, de verklaringen onvoldoende waren en dat appellant geen huur betaalde of persoonlijke spullen op het adres had.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de herziening van de studiefinanciering en de boete gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.