ECLI:NL:CRVB:2022:1285

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 juni 2022
Publicatiedatum
14 juni 2022
Zaaknummer
19/3139 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een socialezekerheidszaak tegen het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het grotendeels tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant.

Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het UWV. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld op basis van de ingediende stukken.

De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de kosten indien het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. De proceskosten worden begroot conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en bedragen in totaal € 2.656,50.

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellant. Voor het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 8 juni 2022.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.656,50 aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 juni 2022
19/3139, 19/3140 en 21/957 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
6 juni 2019, 18/3291, 18/3292 en 18/3293 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. van de Burgwal, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 21 december 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 19 januari 2022 heeft mr. van de Burgwal namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft met een brief van 3 maart 2022 laten weten zich te refereren aan het oordeel van de Raad.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 21 december 2022 grotendeels aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
De kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar heeft gemaakt, zijn door het Uwv bij besluit van 18 juli 2018 vergoed.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.518,- in beroep (1 punt voor het indien van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.138,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 0,5 punt voor de schriftelijke zienwijze). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 2.656,50.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.656,50.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ