ECLI:NL:CRVB:2022:1285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een socialezekerheidszaak tegen het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het grotendeels tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant.
Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het UWV. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld op basis van de ingediende stukken.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de kosten indien het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. De proceskosten worden begroot conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en bedragen in totaal € 2.656,50.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellant. Voor het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 8 juni 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.656,50 aan proceskosten aan appellant.