ECLI:NL:CRVB:2022:1287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De gemachtigde van appellant werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen gestelde termijnen in te dienen, waaronder een verlenging tot 19 januari 2022 en een laatste termijn van twee weken na 29 maart 2022. Alle termijnen werden ongebruikt voorbijgegaan. Daarnaast trok de gemachtigde zich terug als vertegenwoordiger van appellant, waarna ook appellant zelf de gestelde termijn niet benutte.
Omdat geen gronden zijn ingediend en geen verontschuldigingen zijn aangevoerd, verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen inhoudelijke behandeling van de zaak geweest en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.