ECLI:NL:CRVB:2022:1288

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 juni 2022
Publicatiedatum
14 juni 2022
Zaaknummer
21/1847 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toekenning proceskostenvergoeding

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een besluit van het UWV. Het UWV heeft op 26 augustus 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep op 2 november 2021 ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding behandeld. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.

De proceskostenvergoeding is begroot op €1.082,- voor bezwaar, €1.518,- voor beroep, €759,- voor hoger beroep en €3,38 voor reiskosten, totaal €3.362,38. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV terugvorderen. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 8 juni 2022.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.362,38 proceskostenvergoeding aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 juni 2022
21/1847 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
16 april 2021, 20/2926 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.J.G. Schroeder, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 26 augustus 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 2 november 2021 heeft mr. Schroeder namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft in een brief van 23 februari 2021 laten weten geen bezwaar te hebben tegen de door appellant gevraagde proceskostenveroordeling.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 26 augustus 2021 volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskostenvergoeding voor de aan appellant in bezwaar, beroep en hoger beroep verleende rechtsbijstand wordt, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.082,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting), € 1.518,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 759,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). Daarnaast wordt de door appellant in het door de Raad op 13 februari 2022 ontvangen proceskostenformulier gevraagde vergoeding voor reiskosten in eerste aanleg toegekend tot het in het formulier genoemde bedrag van € 3,38. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.362,38
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.362,38.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ