ECLI:NL:CRVB:2022:1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV op het gebied van de WW en ZW. Het UWV heeft op 30 november 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding daarvan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat het hoger beroep ingetrokken kon worden omdat het UWV aan de bezwaren tegemoet was gekomen. Voor de WW-zaak (21/3292 WW) was het bestreden besluit niet gewijzigd, zodat het verzoek om proceskostenveroordeling in die zaak werd afgewezen. Voor de ZW-zaak (21/3299 ZW) was het UWV wel tegemoetgekomen en had het de kosten in bezwaar reeds vergoed. De Raad veroordeelde het UWV daarom tot vergoeding van de proceskosten die appellant in beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op in totaal € 2.277.
Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak is op 8 juni 2022 gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.277 in de ZW-zaak; het verzoek in de WW-zaak is afgewezen.