ECLI:NL:CRVB:2022:1320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 9 februari 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante op 28 februari 2022 het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren worden veroordeeld in de kosten.
De Raad oordeelde dat het UWV reeds door de rechtbank was veroordeeld tot vergoeding van de kosten in beroep, zodat nu alleen de kosten in bezwaar en hoger beroep aan de orde waren. De proceskosten werden begroot op €1.082,- voor bezwaar en €759,- voor hoger beroep, in totaal €1.841,-. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellante. Vergoeding van griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV aanvragen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.841,- aan proceskosten aan appellante.