ECLI:NL:CRVB:2022:1339
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering beëindiging WIA-uitkering wegens onderschatting ADHD-beperkingen
Appellant was werkzaam als operator en meldde zich ziek vanwege fysieke en psychische klachten. Het UWV beëindigde de WIA-uitkering per 15 juni 2016, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn ADHD en persoonlijkheidsproblematiek meer beperkingen veroorzaken dan het UWV aannam, waaronder een noodzaak voor intensieve coaching.
De Raad benoemde een psychiater als deskundige, die concludeerde dat de ernst van de ADHD vermoedelijk was onderschat omdat niet was meegenomen dat appellant intensieve coaching nodig heeft, meer dan het lichtste niveau van begeleiding in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De verzekeringsarts bezwaar en beroep erkende deze noodzaak, maar de wijze van verwerking in de FML voldeed niet aan de vereiste mate van begeleiding.
De Raad oordeelde dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12, eerste lid, Awb. Daarom vernietigde de Raad het besluit en gaf het UWV opdracht het gebrek te herstellen door een nieuwe FML op te stellen die de intensieve begeleidingsbehoefte adequaat weerspiegelt, gevolgd door een arbeidskundig onderzoek om de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vast te stellen.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV wordt opgedragen het besluit te herzien.