ECLI:NL:CRVB:2022:1354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning bijzondere bijstand voor stookkosten zonder aantoonbare meerkosten
Appellante ontvangt sinds 2014 bijstand en heeft in 2015 en 2017 bijzondere bijstand ontvangen voor extra verwarmingskosten vanwege ziekte. In 2020 vroeg zij opnieuw bijzondere bijstand aan voor een warmtetoeslag, onderbouwd met haar energierekening. Het college wees de aanvraag af omdat het gasverbruik niet hoger was dan het gemiddelde voor een vergelijkbare woning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat stookkosten tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren die uit het eigen inkomen moeten worden voldaan, tenzij er aantoonbare meerkosten zijn door bijzondere omstandigheden. Omdat het gasverbruik van appellante lager was dan het gemiddelde en er geen meerkosten waren, kon bijzondere bijstand niet worden toegekend.
Appellante voerde aan dat het college haar eerder wel bijzondere bijstand had toegekend en dat zij niet de gehele woning verwarmt, waardoor de vergelijking met het gemiddelde niet rechtvaardig zou zijn. De Raad verwierp dit standpunt, omdat de feitelijke kosten niet hoger waren dan normaal. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor stookkosten wordt afgewezen wegens ontbreken van aantoonbare meerkosten.