ECLI:NL:CRVB:2022:1361

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 juni 2022
Publicatiedatum
24 juni 2022
Zaaknummer
19/2434 WMO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten na intrekking hoger beroep

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Vervolgens heeft het college het hoger beroep ingetrokken bij brief van 23 november 2021. Betrokkene heeft namens zichzelf verzocht om veroordeling van het college in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek van betrokkene toegewezen. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad heeft het college veroordeeld tot betaling van € 1.138,50 aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan op 16 juni 2022 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep. Het college heeft geen verweerschrift ingediend. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en ondertekend door rechter D. Hardonk-Prins en griffier K.R. van Renswoude.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen is veroordeeld tot betaling van € 1.138,50 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 juni 2022
19/2434 WMO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 april 2019, 18/4186 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 23 november 2021 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. J.M.A.P. van Pul verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.138,50 in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.138,50.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 juni 2022.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) K.R. van Renswoude