ECLI:NL:CRVB:2022:1363

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juni 2022
Publicatiedatum
24 juni 2022
Zaaknummer
21/2314 ANW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 63 ANWArt. 63a ANWArt. 13a ANWArt. 22 NMV
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling recht op nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet

Appellante verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) wegens het overlijden van haar echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat haar echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk en het bestreden besluit ongegrond.

In hoger beroep betoogde appellante dat haar financiële situatie slecht was en zij de uitkering nodig had voor medische verzorging en haar gezin. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het feit dat haar echtgenoot recht had op AOW-pensioen niet betekent dat hij verzekerd was voor de ANW. Tevens was niet in geschil dat hij niet vrijwillig verzekerd was volgens de ANW en ook niet verzekerd was op grond van de Marokkaanse wetgeving.

De Raad concludeerde dat appellante geen aanspraak kan maken op een nabestaandenuitkering op grond van de ANW en het verdrag tussen Nederland en Marokko. De financiële situatie van appellante leidt niet tot een verplichting om af te wijken van de wettelijke bepalingen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante heeft geen recht op een nabestaandenuitkering.

Uitspraak

21.2314 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 april 2021, 17/7252 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 2 juni 2022
Zitting heeft: A. van Gijzen
Griffier: E.P.J.M. Claerhoudt
Appellante is niet verschenen. Voor de Svb heeft drs. W. van den Berg deelgenomen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante heeft op 9 mei 2017 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd wegens het overlijden van haar echtgenoot op [datum van overlijden] 2011. Met een besluit van 30 mei 2017 heeft de Svb appellante laten weten dat zij niet in aanmerking komt voor een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot, op de dag van zijn overlijden, niet verzekerd was voor de ANW. In een beslissing van 10 november 2017 heeft de Svb het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Tijdens de procedure bij de rechtbank heeft de Svb dit besluit ingetrokken bij besluit van 1 februari 2018 (bestreden besluit) en bepaald dat het bezwaar wel ontvankelijk is, maar ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 10 november 2017 niet-ontvankelijk verklaard en tegen het bestreden besluit ongegrond. Volgens de rechtbank heeft de Svb op juiste gronden vastgesteld dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet, verplicht of vrijwillig, verzekerd was voor de ANW. Ook was hij niet verzekerd op grond van Marokkaanse wetgeving, zodat appellante evenmin op grond van artikel 13a, aanhef en onder a, van de ANW in combinatie met artikel 22, eerste lid, van het Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (NMV) recht heeft op een nabestaandenuitkering.
3. In hoger beroep verzoekt appellante een positief besluit te nemen omdat haar financiële situatie slecht is en zij geld nodig heeft voor medische verzorging en haar gezin. De Svb pleit voor een bevestiging van de aangevallen uitspraak.
4.1.
Het hoger beroep van appellante slaagt niet. Tussen partijen is niet in geschil dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet meer in Nederland woonde of werkte. Hij was daarom op dat moment niet verzekerd op grond van artikel 13 van Pro de ANW. Het feit dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden recht had op een AOW-pensioen brengt niet mee dat hij op dat moment verzekerd was voor de ANW.
4.2.
Verder is niet in geschil dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW, als bedoeld in artikel 63 en Pro 63a van de ANW.
4.3.
Op grond van gegevens van de Caisse Nationale de Sécurité Sociale staat eveneens vast dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van Pro het NMV geen aanspraak op een nabestaandenuitkering bestaat.
4.4.
De moeilijke financiële situatie van appellante leidt niet tot een verplichting van de Svb om appellante in weerwil van genoemde bepalingen van de ANW een nabestaandenuitkering toe te kennen.
5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt (getekend) A. van Gijzen