ECLI:NL:CRVB:2022:1368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar dit hoger beroep is ingetrokken nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
Appellant verzocht om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand en de kosten van een medisch deskundige die in beroep en hoger beroep zijn gemaakt. Het UWV stemde in met een veroordeling in de proceskosten en gaf aan dat het een zaak met gemiddeld gewicht betrof. Tevens erkende het UWV het aantal uren en de bedragen voor de medisch deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV veroordeeld moet worden in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor rechtsbijstand werden begroot op €3.036,- en de kosten voor de medisch deskundige op €3.107,51, samen €6.143,51. Vergoeding van het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV claimen.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 juni 2022 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant tot een bedrag van €6.143,51.