ECLI:NL:CRVB:2022:1375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €134,- niet binnen de gestelde termijn is voldaan. Ondanks meerdere aanmaningen aan de gemachtigde van appellante, waaronder brieven van 7 april, 24 april en een aangetekende brief van 25 mei 2021, bleef betaling uit.
De brief van 7 april 2021 werd retour ontvangen met de melding 'vervallen adres', waarna een nieuwe nota aan het bezoekadres werd verzonden. De Raad heeft appellante nadrukkelijk gewezen op de gevolgen van niet-tijdige betaling, namelijk dat de procedure niet inhoudelijk behandeld zou worden.
Gezien de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.