ECLI:NL:CRVB:2022:1397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en zorgvuldigheid UWV-medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als helpdeskmedewerker, verpleegkundige en leerling operatieassistent en meldde zich ziek op 25 mei 2017. Het UWV heeft op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat zij met ingang van 12 september 2019 gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, met een WGA-uitkering van 38,47%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV en vervolgens door de rechtbank Rotterdam ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, stellende dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende rekening hielden met haar chronische pijnklachten en psychische klachten zoals paniekstoornissen. Zij voerde aan dat zij niet de hele dag zittend kan werken en extra recuperatietijd nodig heeft. Het UWV verweerde zich en vroeg bevestiging van de eerdere uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig en volledig medisch onderzoek had uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met alle relevante medische informatie, waaronder rapporten van huisarts en anesthesioloog. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische grondslag van het besluit. Psychische klachten die na de datum van 12 september 2019 waren ontstaan, werden terecht buiten beschouwing gelaten. De arbeidskundige beoordeling was eveneens zorgvuldig en de beperkingen in de FML passend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.