Uitspraak
20 3729 WIA
16 oktober 2020, 20/542 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, ontving sinds 2011 een WGA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2019 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WGA-vervolguitkering per 5 april 2019. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist was. De rechtbank vond dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellant en dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-vervolguitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.