ECLI:NL:CRVB:2022:1404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig UWV-onderzoek en afwijzing Ziektewetuitkering na 20 december 2018
Appellant, laatstelijk werkzaam als kraanmachinist, meldde zich op 9 juni 2017 ziek met psychische klachten en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling beëindigde het UWV de uitkering per 24 juni 2018 omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in andere functies. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar dit werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
Appellant meldde zich per 20 december 2018 met terugwerkende kracht ziek vanwege toegenomen psychische klachten. Het UWV weigerde een nieuwe Ziektewetuitkering toe te kennen, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens hoger beroep instelde. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was tot twijfel over de medische beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, voldoende informatie van de behandelend sector beschikbaar was en dat de medische situatie op de datum in geding niet wezenlijk was veranderd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.