ECLI:NL:CRVB:2022:1411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als medewerker groenvoorziening, meldde zich ziek sinds november 2016 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat niet alle klachten, waaronder een whiplashsyndroom uit 1979, voldoende waren betrokken bij de beoordeling en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad volgde echter de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen medisch geobjectiveerd waren en dat de functies die appellant kon verrichten passend waren.
Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel aan het medisch onderzoek. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.