Uitspraak
21.3990 WIA
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatst werkzaam als productiemedewerkster, viel uit wegens psychische klachten en ontving een WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 58,19%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag dit na bezwaar en stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waarna de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwd waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht om een onafhankelijke deskundige, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, wees het verzoek om een deskundige af en bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.