ECLI:NL:CRVB:2022:1450
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek invaliditeit oorlogsgeweld op grond van Wubo
Appellant, geboren in 1940, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) voor erkenning van invaliditeit veroorzaakt door oorlogsgeweld. Deze aanvragen zijn herhaaldelijk afgewezen omdat medische adviezen en eerdere onderzoeken geen verband aantoonden tussen de klachten van appellant en het oorlogsgeweld. De klachten, waaronder nek- en psychische klachten, werden eerder als leeftijdsgebonden en degeneratief beoordeeld.
In 2021 diende appellant opnieuw een aanvraag in met een beroep op verergering van klachten. Verweerder wees deze af, waarbij het bestreden besluit werd gebaseerd op medische adviezen die stelden dat de klachten niet tot blijvende invaliditeit leidden die aan oorlogsgeweld toe te schrijven zijn. De Raad toetst het besluit terughoudend en concludeert dat appellant geen nieuwe feiten of gegevens heeft aangevoerd die een andere beslissing rechtvaardigen.
De Raad acht het besluit deugdelijk voorbereid en gemotiveerd, waarbij de medische adviezen van artsen Roelofs en Loonstein en de informatie van psychiater Schaik centraal staan. De behandeling van psychische klachten was gestaakt na verbetering, en de nekklachten zijn degeneratief. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die invaliditeit door oorlogsgeweld aantonen.