ECLI:NL:CRVB:2022:1472

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 juli 2022
Publicatiedatum
7 juli 2022
Zaaknummer
21/4242 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep Sociale Verzekeringsbank

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep op 10 februari 2022 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Appellante heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad heeft het verzetschrift ontvangen op 1 april 2022, terwijl de uiterste datum voor indiening 30 maart 2022 was. Hierdoor is het verzet niet tijdig ingediend.

De Raad heeft appellante verzocht om een toelichting op de termijnoverschrijding, maar hierop is geen reactie ontvangen. Daarom heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet eveneens niet-ontvankelijk verklaard en ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 juli 2022
21/4242 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 oktober 2021 , 20/3473 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak op 10 februari 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellante is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld ter zitting van 23 juni 2022. Beide partijen waren daarbij niet aanwezig.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 10 februari 2022 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat is ingediend.
De Raad moet eerst bekijken of appellante op tijd verzet heeft gedaan. De laatste dag om tijdig een verzetschrift in te dienen was 30 maart 2022. De Raad heeft het verzetschrift per
e-mail ontvangen op 1 april 2022. Het verzetschrift is dus niet op tijd bij de Raad ontvangen.
De Raad heeft na het door appellante gedane verzet gevraagd naar de reden van de termijn overschrijding van het verzet, maar daarop geen reactie van appellante ontvangen.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellante te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt