ECLI:NL:CRVB:2022:1473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellante stond ingeschreven op een uitkeringsadres en ontving bijstand. Uit onderzoek bleek een extreem laag waterverbruik en laag gas- en elektriciteitsverbruik op dat adres, wat aanleiding gaf tot twijfel over haar hoofdverblijf daar.
De toezichthouder voerde een onderzoek uit, inclusief gesprekken en huisbezoek, waaruit bleek dat appellante vaak elders verbleef en het uitkeringsadres nauwelijks bewoond was. Het college beëindigde de bijstand en trok deze over een langere periode terug, met terugvordering van kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij in de relevante periodes haar hoofdverblijf op het uitkeringsadres had. Het lage verbruik rechtvaardigt de aanname dat het adres niet als hoofdverblijf diende.
Het college was verplicht de bijstand in te trekken en terug te vorderen vanwege de schending van de inlichtingenverplichting. Appellante kon ook geen dringende redenen voor terugvordering aantonen. De Raad oordeelt dat het hoger beroep faalt en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.