Uitspraak
20 1471 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
WGA-uitkering van appellante omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering.
12 februari 2018 in aanmerking gebracht voor een IVA-uitkering.
BESLISSING
€ 178,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2010 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2018 stelde het UWV vast dat de uitkering niet wijzigde, maar na bezwaar van de voormalig werkgever werd dit besluit in 2019 herroepen en de uitkering beëindigd per 22 april 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Vervolgens nam het UWV op 7 maart 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij de arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef, maar appellante vanwege duurzame beperkingen per 12 februari 2018 in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering.
Omdat het UWV met deze gewijzigde beslissing volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante, ontbreekt haar procesbelang in het hoger beroep. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.