ECLI:NL:CRVB:2022:1492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugbetalingsverplichting studiekosten na eervol ontslag militair ambtenaar
Appellant was werkzaam als militair bij de Koninklijke Marechaussee en volgde een HBO-opleiding waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt indien hij binnen vier jaar na afronding de militaire dienst verlaat. Na zijn verzoek om eervol ontslag per 5 januari 2020 werd hem de terugbetalingsverplichting opgelegd en inhouding op zijn salaris toegepast.
Vervolgens werd appellant per dezelfde datum aangesteld als militair ambtenaar bij het reservepersoneel van de krijgsmacht. Hij maakte bezwaar tegen de terugbetalingsverplichting, stellende dat hij als ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (Bard) moest worden gezien, waardoor de verplichting zou vervallen. De minister wees dit bezwaar af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het begrip 'ambtenaar' in artikel 16e, vijfde lid, van het AMAR moet worden uitgelegd als burgerambtenaar zoals gedefinieerd in het Bard. Omdat appellant na ontslag niet als burgerambtenaar maar als militair reservepersoneel is aangesteld, is hij niet ontslagen van de terugbetalingsverplichting. Er is geen strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugbetalingsverplichting blijft van kracht.