Uitspraak
21.2460 ZW
M. van Steenwijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig hoofd logistiek, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg om ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en beroep tegen deze beslissing, waarbij hij onder meer medische stukken over zijn lichamelijke en psychische klachten aanvoerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen aanleiding was om de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te betwijfelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het rapport van een ergotherapeut minder waarde gaf en dat het beginsel van equality of arms was geschonden omdat geen onafhankelijke arts was benoemd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en uitgebreid was, dat alle relevante medische informatie was betrokken en dat er geen aanwijzingen waren voor een onjuiste beoordeling. Het beroep op het arrest-Korošec om een onafhankelijke deskundige te benoemen faalde omdat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd dat appellant geen recht heeft op ziekengeld.