ECLI:NL:CRVB:2022:155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verhoging bijzondere bijstand dieetkosten wegens onvoldoende bewijs hogere kosten
Appellante ontvangt sinds 2000 bijzondere bijstand voor dieetkosten vanwege de ziekte van Crohn. In 2017 vroeg zij een verhoging van het toegekende bedrag van € 910 per maand met € 15 per dag, omdat zij afhankelijk is van speciaal bereide voeding en daardoor in financiële problemen is gekomen.
Het college kende aanvankelijk het bestaande bedrag toe en vroeg een advies aan de GGD, die geen medische indicatie vond voor het gebruikte dieet. Vervolgens wees het college de aanvraag tot verhoging af. Tijdens de bezwaarprocedure leverde appellante enkele kassabonnen en medische brieven aan, maar kon niet aantonen dat haar dieetkosten daadwerkelijk hoger waren dan het toegekende bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij niet in staat is een volledige administratie bij te houden en dat de maatschappelijke kosten van alternatieve voeding hoger zijn. De Raad oordeelde dat appellante de meerkosten niet aannemelijk heeft gemaakt en dat artikel 35 PW Pro geen ruimte biedt om maatschappelijke kosten van alternatieve voeding mee te wegen.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag tot verhoging van bijzondere bijstand voor dieetkosten is afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte hogere kosten.