ECLI:NL:CRVB:2022:1565
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht en te late indiening
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht en het niet tijdig indienen van het hoger beroep. Appellant diende verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf daarbij aan dat zijn slechte gezondheid de reden was voor de termijnoverschrijding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld op 13 mei 2022, waarbij geen van beide partijen aanwezig was. De Raad heeft overwogen dat appellant geen bewijs heeft geleverd dat hij gedurende de gehele termijn niet in staat was het hoger beroep tijdig in te dienen. Ook is niet onderbouwd waarom het griffierecht niet op tijd kon worden voldaan. Bovendien had appellant een derde kunnen inschakelen om hem te helpen bij het tijdig indienen.
Op grond van deze overwegingen verklaart de Raad het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant toe te kennen. De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree en uitgesproken op 24 juni 2022.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.