Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:1565

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 juni 2022
Publicatiedatum
14 juli 2022
Zaaknummer
20/4076 WIA-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht en te late indiening

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht en het niet tijdig indienen van het hoger beroep. Appellant diende verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf daarbij aan dat zijn slechte gezondheid de reden was voor de termijnoverschrijding.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld op 13 mei 2022, waarbij geen van beide partijen aanwezig was. De Raad heeft overwogen dat appellant geen bewijs heeft geleverd dat hij gedurende de gehele termijn niet in staat was het hoger beroep tijdig in te dienen. Ook is niet onderbouwd waarom het griffierecht niet op tijd kon worden voldaan. Bovendien had appellant een derde kunnen inschakelen om hem te helpen bij het tijdig indienen.

Op grond van deze overwegingen verklaart de Raad het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant toe te kennen. De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree en uitgesproken op 24 juni 2022.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 juni 2022
20/4076 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 oktober 2020, 20/151 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak van 13 oktober 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld ter zitting van 13 mei 2022. Beide partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 6 oktober 2021 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en het hoger beroep niet tijdig is ingediend.
In verzet heeft appellant aangegeven dat hij geen goede gezondheid heeft.
De Raad ziet in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen reden om anders te beslissen. Appellant heeft niet met bewijsstukken onderbouwd dat hij de gehele termijn voor het indienen van hoger beroep niet in staat was dat te doen. Ook heeft appellant geen redenen gegeven dat hij het griffierecht niet op tijd kon voldoen. Appellant had tenslotte een derde kunnen inschakelen om hem te helpen het hoger beroep tijdig in te dienen en zijn belangen te behartigen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) L.C. van Bentum