ECLI:NL:CRVB:2022:1587
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening
Appellante diende hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd door de Centrale Raad van Beroep op 27 januari 2022 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De uiterste datum voor het indienen van het beroepschrift was 28 september 2021, terwijl het beroepschrift pas op 12 oktober 2021 werd ontvangen, met een poststempel van 11 oktober 2021.
De gemachtigde van appellante voerde aan dat het beroepschrift binnen de termijn was verzonden, mede vanwege problemen bij de postbezorging. In het verzet werd inhoudelijk op de zaak ingegaan, maar de Raad handhaafde haar eerdere oordeel. Volgens vaste rechtspraak geldt het poststempel op de enveloppe als bewijs van verzenddatum, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het eerder is verzonden. De enkele stelling van de gemachtigde volstond niet.
De Raad merkte bovendien op dat het beroepschrift niet binnen een week na afloop van de termijn was ontvangen, wat de stelling van tijdige verzending verder ondermijnt. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.