ECLI:NL:CRVB:2022:1591
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep tegen SVB-besluit
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) van 19 mei 2021. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep op 17 februari 2022 niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen van het griffierecht. Appellant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door middel van verzet.
In het verzet is gebleken dat niet kan worden vastgesteld of de herinnering tot betaling van het griffierecht van 31 juli 2021 appellant daadwerkelijk heeft bereikt. Vervolgens heeft appellant een nieuwe herinnering ontvangen en het griffierecht alsnog voldaan.
De Raad verklaart het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de niet-ontvankelijkverklaring. De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wordt opgeheven, waarna de procedure wordt voortgezet.