ECLI:NL:CRVB:2022:1601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvragen om bijstand wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
De zaak betreft meerdere aanvragen om bijstand van A, die door het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel zijn afgewezen. De aanvragen zijn afgewezen omdat A niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres en omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn gebleken die recht geven op bijstand.
De Raad heeft vastgesteld dat A onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn woon- en leefsituatie. Huisbezoeken en verklaringen van A toonden aan dat hij niet structureel op het opgegeven adres verbleef en dat zijn situatie niet zodanig was gewijzigd dat hij recht op bijstand had. Het college heeft de aanvragen zorgvuldig onderzocht en gemotiveerd afgewezen.
De Raad benadrukt dat de bewijslast voor het recht op bijstand bij de aanvrager ligt en dat het college terecht huisbezoeken heeft afgelegd vanwege gegronde twijfel aan de opgegeven woonsituatie. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam en verklaart de hoger beroepen ongegrond.
Er is geen aanleiding voor toekenning van proceskosten. De uitspraak is gedaan door M. Hillen, in aanwezigheid van B. van Dijk als griffier, op 12 juli 2022.
Uitkomst: De aanvragen om bijstand zijn terecht afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het hoofdverblijf en het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.