ECLI:NL:CRVB:2022:161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke zaak sociale zekerheid
Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een sociale zekerheidszaak. Tijdens de procedure bracht het college nadere stukken in, maar verscheen niet bij de zitting op 26 oktober 2020. Betrokkene was wel aanwezig en werd bijgestaan door meerdere gemachtigden. Na schorsing van de zitting en nadere stukkenwisseling trok het college bij brief van 27 september 2021 het hoger beroep in.
Betrokkene verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling van het college en een schadevergoeding, waarvan het verzoek om schadevergoeding later werd ingetrokken. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het verzoek tot proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarbij werd vastgesteld dat de kosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep vergoed moeten worden.
De Raad ging uit van samenhangende zaken die als één zaak werden beschouwd en paste de wegingsfactor 1 toe. De proceskosten werden begroot op €1.897,50 voor rechtsbijstand in hoger beroep en €759,- voor rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure, plus €127,44 aan reis- en verletkosten. Het verzoek om schadevergoeding werd niet toegewezen omdat dit was ingetrokken. De Raad veroordeelde het college tot betaling van in totaal €2.783,94 aan proceskosten.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €2.783,94 aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.