ECLI:NL:CRVB:2022:1685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante, vertegenwoordigd door mr. F.S. Jansen, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Raad wees appellante bij brief van 28 december 2021 op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €134,- binnen 28 dagen. Na herinnering per aangetekende brief van 28 januari 2022, die niet werd afgehaald, en een daaropvolgende gewone postzending op 23 februari 2022, bleef betaling uit.
De Raad concludeert dat appellante in verzuim is omdat het griffierecht niet tijdig is voldaan. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2022. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.