ECLI:NL:CRVB:2022:1696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
De zaak betreft hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant over WIA-zaken. Het UWV heeft op 17 maart 2021 en later op 10 januari 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor hebben appellante en werkgever hun hoger beroep ingetrokken en verzocht om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding behandeld. De Raad heeft de proceskosten van appellante en werkgever begroot op respectievelijk €6.939,93 en €6.072,-, inclusief kosten voor rechtsbijstand en deskundigenrapporten. Vergoeding van eigen bijdragen is afgewezen omdat deze niet in het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn opgenomen.
De Raad heeft het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante en werkgever, waarbij de samenhangende zaken als één zaak zijn beschouwd en de wegingsfactor 1 is toegepast. De uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen op 3 augustus 2022.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld in de proceskosten van appellante en werkgever na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren.