ECLI:NL:CRVB:2022:1711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen e-mailbericht over functiewaardering militair
Appellant was militair en had een functie met rang LTZ2 toegewezen gekregen per 22 juni 2015. Per 1 maart 2019 werd de functiebeschrijving aangepast en definitief vastgesteld op een hoger rangniveau (LTZ2 OC). Appellant merkte in september 2019 dat een oudcollega deze hogere rang droeg en maakte bezwaar tegen een e-mailbericht van 28 oktober 2019 waarin de staatssecretaris uitleg gaf over de functiewaardering.
De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het e-mailbericht geen besluit in de zin van de Awb was en ook niet gelijkgesteld kon worden met een feitelijke handeling. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat het bericht informatief was en geen rechtsgevolg had.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze conclusie. Het e-mailbericht gaf slechts een nadere uitleg over een eerder genomen besluit van 15 maart 2019 en wijzigde niets aan de rechtspositie van appellant. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het e-mailbericht is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt afgewezen.