ECLI:NL:CRVB:2022:1717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand sinds 2006 en werd onderzocht na een melding van zijn zoon over verzwegen vermogen en inkomsten uit vrijwilligerswerk. Uit het onderzoek bleek dat appellant bankrekeningen van zijn zoon gebruikte om inkomsten te verbergen en geen volledige informatie gaf over ontvangen vergoedingen. Het college trok de bijstand in vanaf 2009 en vorderde ruim €120.000 terug.
Appellant voerde aan dat het ging om onkostenvergoedingen die niet gemeld hoefden te worden en dat hij vrijwilligerswerk had gemeld. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en de vergoedingen niet kon aantonen als zuivere onkostenvergoedingen. Hierdoor was de inlichtingenverplichting geschonden.
Het college bood een aflossingstermijn van tien jaar aan, wat appellant te lang vond, maar de Raad vond geen grond voor beperking van deze termijn. Het hoger beroep slaagde niet en de intrekking en terugvordering bleven in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd vanwege schending van de inlichtingenverplichting.