ECLI:NL:CRVB:2022:1725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar het beroepschrift bevatte geen gronden zoals vereist volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellant is tweemaal in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken alsnog de beroepsgronden in te dienen, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verstrijken.
Er is geen sprake van een verontschuldiging voor het verzuim, waardoor het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De Centrale Raad van Beroep heeft daarom zonder inhoudelijke behandeling van de zaak beslist dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier J.M. Labage, en uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2022. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.