ECLI:NL:CRVB:2022:1733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met psychische klachten en lichamelijke aandoeningen. Het UWV beëindigde de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn vroegere loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de beperkingen juist waren vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 september 2018.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder darmklachten, diabetes, OCD en ADHD, waren onderschat en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen. Het UWV stelde dat de medische situatie op de datum in geding niet wezenlijk anders was dan eerder vastgesteld.
De Raad volgde het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de ingediende stukken geen aanleiding geven tot het aannemen van verdergaande beperkingen. De beperkingen in de FML zijn adequaat gemotiveerd en de geselecteerde functies passen binnen deze beperkingen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant op de datum in geding niet verdergaand beperkt was dan vastgesteld.