ECLI:NL:CRVB:2022:1740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens waarde woning in het buitenland
Appellant bezit samen met zijn twee broers sinds 2011 een woning in Egypte. Vanaf december 2014 ontvangt appellant bijstand. Naar aanleiding van een anonieme melding heeft het college onderzoek gedaan naar het vermogen van appellant, waarbij bleek dat hij voor een derde eigenaar is van een woning in Egypte.
Appellant erkende aanvankelijk een waarde van circa € 71.428,-, maar het college baseerde zich op een taxatie van € 54.929,-. Appellant stelde in bezwaar dat de waarde veel lager was, namelijk € 4.900,-, vanwege een fout in de taxatie. Het college beperkte daarop de intrekking en terugvordering van bijstand.
In hoger beroep stond enkel de waarde van de woning centraal. De Raad oordeelde dat de eerste taxatie betrouwbaar is en dat de stelling van appellant over een fout van een factor tien ongeloofwaardig is. De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.