ECLI:NL:CRVB:2022:1746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijstandsnorm bij gezamenlijke huishouding met niet-rechthebbende partner
Appellante ontvangt sinds 2004 bijstand op grond van de Participatiewet en woont samen met een niet-rechthebbende partner. Het dagelijks bestuur heeft de bijstand aangepast naar 50% van de gehuwdennorm, met een verhoging van 20% vanwege haar financiële situatie.
Appellante voerde aan dat zij met moeite haar vaste lasten kan betalen en geen middelen heeft voor noodzakelijke aankopen, waardoor zij onder het gangbare bestaansminimum leeft. Zij vorderde een bijstandsnorm van 100% van de gehuwdennorm.
De Raad oordeelt dat individuele afstemming van bijstand slechts in zeer bijzondere situaties plaatsvindt en appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich in een dergelijke situatie bevindt. Haar inkomsten zijn hoger dan haar vaste lasten, waardoor het dagelijks bestuur terecht geen verdere afstemming heeft toegepast.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De bijstand van appellante wordt bevestigd op 50% van de gehuwdennorm met een toeslag van 20%, zonder verdere afstemming tot 100%.