Uitspraak
20.2988 WIA
OVERWEGINGEN
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan appellant toegekend.
WIA-uitkering in aanmerking komt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig woonbegeleider, viel sinds 2010 uit met fysieke en psychische klachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Na een herbeoordeling in 2018 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WIA-uitkering per 11 juni 2018. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard op basis van rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die aanvullende beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adviseerde. Deze aanpassingen werden door de verzekeringsarts bezwaar en beroep gevolgd, en de arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt bleven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, ondanks een motiveringsgebrek in de oorspronkelijke FML, omdat dit niet leidde tot een andere uitkomst.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het onafhankelijke deskundigenrapport overtuigend was en dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 11 juni 2018 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.