ECLI:NL:CRVB:2022:1757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen en basale werknemersvaardigheden
Appellant vroeg op grond van de Wajong een uitkering aan vanwege een paranoïde persoonlijkheidsstoornis en schizofrenie. Het UWV voerde verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uit en concludeerde dat appellant beperkingen heeft, maar ten minste vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken in een rustige omgeving. Tevens beschikt appellant over basale werknemersvaardigheden, wat blijkt uit zijn afgeronde opleidingen en arbeidsverleden.
Het UWV wees de aanvraag af wegens arbeidsvermogen, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het oordeel van het UWV onderschreef en de medische en arbeidskundige rapporten als voldoende gemotiveerd beschouwde. Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, waaronder het betwisten van de motivatie van het UWV, maar bracht geen nieuwe feiten of medische informatie in.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat appellant voldoet aan de voorwaarden van arbeidsvermogen volgens de Wajong en het Schattingsbesluit, waaronder het kunnen uitvoeren van een taak binnen een arbeidsorganisatie, beschikken over basale werknemersvaardigheden, en belastbaarheid van ten minste vier uur per dag. De taak 'inpakken' werd als passend beoordeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat appellant arbeidsvermogen heeft en beschikt over basale werknemersvaardigheden.