ECLI:NL:CRVB:2022:1784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor transportkosten verhuizing wegens voorzienbaarheid
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor transportkosten in verband met een verhuizing. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af omdat de verhuizing voorzienbaar was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verhuizing niet voorzienbaar was, omdat hij na het overlijden van zijn vader het ouderlijk huis moest verlaten op aandringen van zijn moeder. Hij stelde dat de aanname dat ieder kind vroeg of laat uit huis moet onterecht is en dat hij ook onder andere omstandigheden bij zijn ouders had kunnen blijven wonen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat transportkosten in beginsel uit het inkomen moeten worden bestreden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat zijn verhuizing en de daarmee samenhangende kosten bijzondere omstandigheden vormden, omdat het voorzienbaar was dat hij het ouderlijk huis zou verlaten en hij hiervoor had kunnen reserveren.
De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en voegt toe dat appellant al enige tijd als woningzoekende geregistreerd stond, waardoor de verhuizing in de lijn der verwachtingen lag. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor transportkosten wordt afgewezen omdat de verhuizing voorzienbaar was.