ECLI:NL:CRVB:2022:1812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaken ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant de gronden niet tijdig had ingediend. Appellant stelde in verzet dat hij de gronden wel had ingediend en dat hij door ziekenhuisopname en revalidatie niet eerder kon reageren.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat hij daadwerkelijk niet in staat was om de gronden binnen de termijn in te dienen. De termijn liep tot 5 november 2021, terwijl appellant tussen 14 juli 2021 en die datum voldoende gelegenheid had om zijn gronden in te dienen. De Raad wees erop dat appellant meerdere malen schriftelijk was verzocht om de gronden in te dienen, waaronder een aangetekende brief.
Verder stelde de Raad dat appellant een derde had kunnen inschakelen om zijn belangen te behartigen of om uitstel te vragen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.