ECLI:NL:CRVB:2022:1813

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 augustus 2022
Publicatiedatum
16 augustus 2022
Zaaknummer
21/2693 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening ANW-uitkering

Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een ANW-uitkering. Dit verzoek om herziening werd op 16 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen gronden waren ingediend.

Verzoekster diende vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad beoordeelde of het verzet tijdig was ingediend. De uiterste datum voor ontvangst was 2 februari 2022, maar het verzetschrift werd pas op 8 maart 2022 ontvangen, ondanks een poststempel van 4 februari 2022.

Verzoekster gaf geen redenen voor de te late indiening van het verzet. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree op 4 augustus 2022.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

Datum uitspraak: 4 augustus 2022
21/2693 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:119, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 december 2020, 20/592 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van verzoekster tegen de aangevallen uitspraak op
16 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Verzoekster is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld ter zitting van 23 juni 2022. Beide partijen waren daarbij niet aanwezig.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 16 december 2021 is het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen gronden zijn ingediend.
De Raad moet eerst bekijken of verzoekster op tijd verzet heeft gedaan. De laatste dag om tijdig een verzetschrift in te dienen was 2 februari 2022. De Raad heeft het verzetschrift ontvangen op 8 maart 2022. Volgens de poststempel is het op 4 februari 2022 verzonden. Het verzetschrift is dus niet op tijd bij de Raad ontvangen.
Verzoekster heeft desgevraagd geen redenen gegeven waarom zij te laat is met het indienen van het verzet.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan verzoekster te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt