ECLI:NL:CRVB:2022:1818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding bij schadevergoeding redelijke termijn bestuursrecht
Appellante verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht na toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn door de bestuursrechter. De rechtbank had het beroep van appellante tegen het ontslagbesluit ongegrond verklaard en ambtshalve een schadevergoeding van €500 toegekend vanwege een overschrijding van bijna vier maanden.
In hoger beroep stelde appellante dat naast de schadevergoeding ook proceskosten en griffierecht vergoed moesten worden, verwijzend naar een uitspraak van de Hoge Raad. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht geen proceskostenveroordeling had uitgesproken omdat appellante tijdens de procedure geen verzoek tot vergoeding van schade wegens overschrijding had ingediend, waardoor ook geen proceskosten samenhangend met een dergelijk verzoek bestonden.
Daarnaast was er geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht, aangezien de schadevergoeding ambtshalve werd toegekend en er geen griffierecht was betaald. Ook bij een verzoek op grond van artikel 8:91 Awb Pro is geen griffierecht verschuldigd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen proceskostenvergoeding of griffierecht verschuldigd is bij ambtshalve toegekende schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.