ECLI:NL:CRVB:2022:1819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening persoonsgebonden budget jeugdhulp
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor jeugdhulp, te verlenen door zijn moeder, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen. Het college stelde dat een deel van de zorg gebruikelijke zorg is en dat de moeder een deel van de zorg kan bieden, terwijl voor de noodzakelijke professionele hulp het wijkteam en specialistische hulp kunnen worden ingeschakeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond en oordeelde dat het college het stappenplan correct heeft gevolgd en de geboden zorg passend is. Verzoeker ging in hoger beroep en vroeg om een voorlopige voorziening omdat hij niet meer naar school gaat en een vrijstelling van leerplicht heeft gekregen, waardoor hij in een spoedeisende situatie verkeert.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat geen sprake is van een kennelijk onrechtmatig besluit of een uitspraak die in hoger beroep geen stand zal houden. Het college heeft toegezegd dat verzoeker hulp kan krijgen via het wijkteam, waardoor geen schade ontstaat bij het uitblijven van een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een persoonsgebonden budget jeugdhulp wordt afgewezen.