ECLI:NL:CRVB:2022:1828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake Wlz-zorg voor kind met BBSOAS
Verzoeker, een kind met het BoschBoonstraSchaaf optische atrofie syndroom (BBSOAS), diende een aanvraag in voor langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat verzoeker blijvend 24-uurs zorg nodig had. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit, maar het CIZ ging in hoger beroep.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te bevestigen en de schorsende werking van het hoger beroep op te heffen, omdat de zorgbehoefte exponentieel zou toenemen en de Jeugdwetvoorzieningen ontoereikend zijn. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet vaststaat dat het bestreden besluit onrechtmatig is, mede door het ontbreken van recente medische gegevens en toestemming voor informatie-uitwisseling.
Ook is niet zeker of de rechtbanksuitspraak in stand blijft. Daarnaast hoeft verzoeker niet verstoken te blijven van zorg, omdat voorzieningen op grond van de Jeugdwet beschikbaar zijn en een nieuwe Wlz-aanvraag kan worden ingediend. Gezien deze omstandigheden en de mogelijke financiële gevolgen voor verzoeker bij een verkeerde voorlopige beslissing, werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet vaststaat dat het bestreden besluit onrechtmatig is en de belangen van verzoeker niet zwaarwegend genoeg zijn.